14.
Wyk af van 't quaad, en doe het goed ter deegen.
Woon eeuwiglyk dan in een goeden staat,
Want God bemint het recht, en die het pleegen.
De Heer verlaat nooit syn godvruchtig saad,
Maar hy bewaart het eeuwig aller weegen,
Daar 't godloos saad eens uitgeroeit vergaat.