6.
Maar 's Heeren raadslag is bestendig,
En eeuwig in haar volle kracht,
Syn hart dacht niets of 't duurt onendig,
Van elk geslacht, tot elk geslacht.
O, in wat een eer is
't Volk, welks God de Heer is!
Saalig wierdt gewis
Al het volk gebooren,
Dat hy heef verkooren
Tot syn erffenis.