Pause.
5.
Hy, als des weerelds zielbehoeder,
Geeft ook het vee haar brood, en voeder,
Hy aast, met syne milde gaaven,
Het roepend nest der jonge raaven.
Hy heeft geen lust aan sterke paarden
Van die, dies stout, een stryd aanvaarden.
Wie kloek ter been sich dies derft waagen,
Die krygsman kan hem niet behaagen.