4 pause.
14.
Uw God geboodt, o Israël,
Uw sterk te zyn, zo draagt u wel,
Op dat uw staat mag groeijen.
Versterk, o God, door uwe kracht,
't Geen gy aan ons nu hebt gewracht,
En doe ons eeuwig bloeijen,
Vergroot jerusalem alom,
En, om uw tempels heiligdom,
Breng u een ieder kooning
Geschenken tot uw heilig feest,
Zo scheld dan ook dat wilde beest,
In syne rietenwooning.