Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

3.

Alsdan, wanneer hun magt sich saamen spant, Zal hy tot hen, in syne toorne, spreeken, En vinnig van syn grimmigheit aan brand, Hun moedig hart, door schrik verbaast, doen breeken, Wat gaat gy aan, gy goddeloos geslachte? Ik salfde doch myn kooning, dien gy smaadt, Tot vorst des bergs, dien ik my heilig achte, En stelde self hem oover Zions staat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove