Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

13.

Dees groote zee, welks wyde wildernis Seer ruim, en lang, aan beide syden is, Daar krielt het in van wriemelende dieren, Die klein, en groot, doorgaans ontellik swieren. Daar wandelen de scheepen onbevreest, Daar swemt, en swerft de wallevisch, dat beest, Van u gemaakt, om daar in voort te teelen, En, naa syn lust, in haaren plasch, te speelen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove