3.
Op dat uw welbemint geslacht
In volle vryheit zy gebragt,
Zo hoedme door uw rechterhand,
En antwoord my, met onderstand.
God sprak dan in syn heiligdom,
Dies spring ik, vol van vreugd, rondom.
Ik deil den mynen Sichems paalen,
En meete Sukkots vette daalen.