7 Zain.
25.
Gedenk des woords aan uwen knecht gedaan,
Op 't welke gy, al van voor lang geleeden,
Myn gansche hoop, op huiden, doet bestaan.
Dit is myn troost, in myn ellendigheeden,
Dat ik vast leef, daar andere vergaan,
Door 't voedsel van uw toegesegde reeden.