5.
De berg van Zion juicht van vreugd,
En Judaas dochters zyn verbeugt,
Om 't oordeel uit uw throon gesonden.
Omringt uw Zion, gaat eens ronden,
Telt haar toorens vrylik naa,
Slaat haar voormuur hartlik gaa,
Wilt bescheidlik haar gebouwen,
En palleisen weer beschouwen,
Op dat gy 't den naageslachten
Moogt vertellen, en doen achten.