3.
Daar ging een rook uit syne neus na booven,
Verteerend vier, uit synen mond gestooven,
Stak koolen aan, en brandde van hem seer.
Hy boog het swerk des heemels, daalde neer,
En donkerheit was onder syne voeten.
Hy voer, en vloog, om myn party t'ontmoeten,
Op schouders van een Cherub, heel geswind,
Ja hy vloog snel op vleugels van den wind.