2.
Voorwaar, zo werd 's lands grondslag omgesmeeten.
Wat heeft, helaas, 't rechtvaardig volk misdaan?
Doch God, de Heer, in theilig hof geseeten,
Merkt ieders doen, uit syn palleis, vast aan.
In 't heemelsch ryk blyft 's Heeren throon verheeven,
Syn oog beschouwt, syn oogenleeden staan,
En proeven steeds hoe s menschen kinders leeven.