8.
Hy vormt het hart van hun alt'faamen,
En let op al hun werk met vlyt,
Na 't geen sy onder handen naamen
Beloont hy ieder, op syn tyd.
Veele leegerschaaren,
Schoon seer sterk, bewaaren
Nooit een koonings lyf,
Groote kracht, in 't stryden,
Kan geen held bevryden,
Dat hy zoo niet blyf.