Skip to content
1674

Davids Psalmen

Joannes Six van Chandelier

8.

Wel, Heer, verschaf myn lippen slechs weer stof, En oopen die, sy staan te lang gebonden, Zo zal myn mond uw deugd alom verkonden, Zo dank ik u met welverdienden lof. Want uwe lust strekt tot geen offerhand, Ik had die gift u anders opgedraagen, Geen offer kan, al schoon men 't gansch verbrandt, Ook, in sich self, uw strenge wil behaagen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids Psalmen · Joannes Six van Chandelier · Poetry Cove