15.
Verbergt gy u, sy schrikken altemaal,
Om 't missen van uw aansigts goed onthaal.
Ontneemtge hun den flaauwen geest, sy sterven,
En keeren tot hun aardstof, door 't verderven.
Maar lendge weer uw aadembaaren Geest,
Die schept een volk, gelyk sy zyn geweest,
Ging 't oude heen, men siet, voor die verdweenen,
Het aardryk met een nieuw gelaat verscheenen.