Skip to content
1723

Jonas de boetgezant

Joan Haes

Pag. 75. vs. 7. Chrysosth. Tom. I. Homil. XXVII in cap. IX. Genes. drie dagen speenens.] Dit steunt op het gezagh van Chrisosthomus: Ninivitae tanta peccatorum multitudine aggravati, quia magnam & veram poenitentiam egerunt, non indigebant ampliori, quam trium dierum tempore ad provocandam Dei bonitatem, & irritandam, quae adversus se erat, sententiam. Et quid dico de Ninivitis? Latro in cruce, neque uno die opus habebat. Nam ubi viderit voluntatis nostrae firmum propositum & ferventi nos desiderio ad se accedere, non tardat &c. Dat is: De Niniviten, beladen met zoo groot een meenigte van zonden, om dat zy uitbundige blyken van boetvaerdigheit getoont en zich waerlyk bekeert hebben, hadden niet meer dan drie dagen tyts van noode om by Godt genade te verwerven en het vonnis, dat tegens hen gevelt was, te vernietigen. En wat zegge ik van de Niniviten? De moordenaer aen 't kruis hadt nogh geen' eenen dagh van noode. Want zoo dra Godt een vast en ernstig voornemen van onzen wille bespeurt en ons met een vurige begeerte tot hem ziet naderen, dan draelt hy niet, enz. Dus zingt ook zeker dichter:

Prosper Aquitan. Carmine de Providentia. Sic Ninive monitis Jonae sub tempore cladis Credidit: & tribus in luctu jejuna diebus Promeruit morum excidio consistere regno.

't welk in Nederduitsch hier op uitkoomt:

Aldus heeft Ninive gelooft, toen 't dreigement Van haren ondergang door Jonas wierdt bekent: Waer op een vaste van drie dagen en 't berouwen Der grove zonden haer nogh heeft in stant behouwen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jonas de boetgezant · Joan Haes · Poetry Cove