Skip to content
1723

Jonas de boetgezant

Joan Haes

[Histori] wat is uw werk? en van waer koomt gy? en van welk volk zyt gy? 9. En hy zeide tot hun: ik ben een Hebreer: en ik vreeze den Heer, den Godt des hemels,

die de zee en het drooge gemaekt heeft.

10. Toen vreesden die mannen met groote vreeze, en zeiden tot hem: Wat hebt gy dit gedaen? want de mannen wisten, dat hy van des Heeren aengezicht vloodt, want hy hadt het hun te kennen gegeven. 11. Voorts zeiden zy tot hem: Wat zullen wy doen, op dat de zee stil worde tegen ons: Want de zee werdt hoe langer hoe onstuimiger. 12. En hy zeide tot hun: Neemt my op, en werpt my in de zee; zoo zal de zee stil worden tegens u:

want ik wete, dat deze groote storm u om mynent wille overkoomt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jonas de boetgezant · Joan Haes · Poetry Cove