Skip to content
1723

Jonas de boetgezant

Joan Haes

Pag. 73. vs. 14. beweegt hem tot berou.] Dat is, hy stelt de straffe uit den zin; waer mede hy hen gedreigt hadt, indien zy zich niet bekeerden, want in Godt kan geen berou nochte eenige menschelyke hartstocht vallen. Uit dit berou van Godt blykt ook, hoe het berou der Niniviten oprecht en ongeveinst geweest zy, aengezien hy, die de harten en nieren doorgrondt, geenszins vermorwt waer geworden door uiterlyke tekenen van boetvaerdigheit, indien ze niet verzelt waren geweest van een ongeveinsde bekeering des harten en een oprecht voornemen om door heiligheit van zeden de zonden, die tot Godts troon gestegen waren, uit te wisschen. Te minder staet ons hier aen te twyfelen, gemerkt Godts Zoon zelf deze boetvaerdigheit der Niniviten zoo hoog opvyzelt en tegens de Farizeeusche schynheiligheit der Joden stelt by den Evangelist Mattheus: DeMatth. XII. 41. mannen van Ninive zullen in het oordeel opstaen met dit geslacht, en zullen het zelve veroordeelen: want zy hebben zich bekeert op de prediking van Jonas.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jonas de boetgezant · Joan Haes · Poetry Cove