Pag. 31. 3. nogh veertigh dagen.] De zeventigh Grieksche overzetters schryven hier voor τρεῖς ἡμέρας, drie dagen, maer op wat voet, is den geleerden onbekent. Theodoretus en TheofilaktusVide Sanct. & à Lapide ad Jon. meenen, dat dit een misslagh is, bygekomen door achteloosheit van de uitschryveren en zedert in andere afschriften ook ingeslopen, maer dat die zeventigh vertalers waerlyk veertigh hebben overgezet, gelyk ook duidelyk in 't Hebreeusch staet. Dit is ook waerschynlyk, want voor veertigh maer drie dagen te willen stellen is de ongerymtheit zelve. Ware dit den profeetBochart. Hieroz. Part. poster. L. V. c. XII. belast te prediken, toen hy zich in de stat begaf, die niet dan in drie dagen was om te treden, zoo waren die drie dagen heelenal vervult door de prediking van Jonas, en aldus geen tyt altoos meer over voor de bekeering der Niniviten nochte het uitroepen der Vaste.
dan zal ninive vergaen.] Deze bedreiging moet verstaen worden met een stilzwygende voorwaerde: te weten, indien de Niniviten zich niet bekeerden. Deze les bestelt ons de profeet Jeremias uit den mont des Allerhoogsten zelfs voortgevloeit: ‘In een oogenblik zal ik spreken over een volk en overJerem. XVIII. 7, 8. een koningryk, dat ik het zal uitrukken, afbreken en verdoen. Maer indien dat zelve volk, over het welk ik zulx gesproken heb, zich van zyne boosheit bekeert; zoo zal ik berou hebben over het quaet, dat ik het zelve dacht te doen. Men zie de Aentekeningen van H. de Groot over Luk. xix. 44.
Cookies on Poetry Cove