Skip to content
1723

Jonas de boetgezant

Joan Haes

[Poëtische uitbreiding]

Schoon ik hier levendigh in d'ongestuime golven Door uw verbolgenheit bedekt ben en bedolven: Ik vlei my echter, dat de bede, die ik stort In deze elende, niet van u verstooten wordt. Van hier kan ook 't gebet ten hoogen hemel draven. Van hier uit dezen visch, waer in ik leg begraven, Als in een grafspelonk, kan echter het geluit Van myne kranke stem, door wint noch stroom gestuit, Zelfs boven zon en maen en alle wolken stygen, Om by uw Majesteit alleen gehoor te krygen. Gy hebt my, groote Godt, tot een verdiende straf Van myn weêrspannigheit gedompelt in dit graf; Een levend graf, dat my geen' ademtoght laet halen, En geen verquikking gunt van licht noch zonnestralen, Dat my vast slingert op en neêr in 't woeste zout En ieder oogenblik de doot voor oogen houdt. 'k Beken, ik heb die straf verdient met recht en reden, Die zoo verwaten uw bevel heb overtreden. 'k Beken, ik heb verdient, dat my noch zon, noch licht Beschyne, en minder nogh, de glans van uw gezicht. En echter geeft my uw genade dit betrouwen, Dat ik Jerusalem nogh weder zal beschouwen,

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jonas de boetgezant · Joan Haes · Poetry Cove