IV. Zondagslied.
Wijze: Gezang 96.
Wees gegroet, gij Eersteling der dagen!
Morgen der verrijzenis!
Bij wiens licht de macht der hel verslagen
En de dood vernietigd is!
Heere Jezus, Trooster aller smarten!
Zon der Waereld! schijnt in onze harten!
Deel ons zelf den voorsmaak meê
Van der Zaalgen Sabbats-vreê!
Op Uw woord, o Leven van ons leven!
Schudt ons hart den doodslaap af.
Door de kracht Uw Geestes uitgedreven,
Treden we uit ons zondengraf.
Leer ons daaglijks, leer ons duizendwerven,
In Uw Kruisdood meêgekruisigd sterven,
En, herboren opgestaan,
Achter U ten Hemel gaan!
In Uw hoede zijn wij wél geborgen:
En schoon eerlang 't oog ons breek',
't Zal ontsluiten op den Grooten Morgen,
Na deez' aardsche Lijdensweek!
Welk een Dag der Ruste zal dat wezen,
Als we, onsterflijk uit onze asch verrezen,
Knielen voor Uw dankaltaar.....
Amen, Jezus! maak het waar!