Skip to content
1866

Stichtelijk huisboek

J.J.L. Kate

III.

Wat dan, o Jakob! gebukt onder 't lot? Wat dan, o Isrêl! verzonken in zorgen? Zucht niet: ‘Mijn weg is den Heere verborgen!’ Klaagt niet: ‘Mijn recht gaat voorbij van mijn God!’ Weet gij het niet, hebt gij 't nimmer vernomen? Zijne is de hand, die de heemlen omvat; Hij schiep deze aard en hare uiterste zoomen, Hij, de Onuitputbre, wordt moede noch mat. Niemand doorgrondt het verstand des Almachten, D' Eeuwge, die krachten Den biddende geeft; Sterkte vermeêrt die geen krachten meer heeft! Jeugdigen kunnen verdorren en smachten, Jonglingen struiklen en sneven; Maar die den Heere, hun Heiland, verwachten, Groeien en bloeien en leven, Opwaarts geheven Op adelaarsschachten! Want die hen draagt, is de Algoede:

Hij bakent met stralen hun pad - Zij loopen, en worden niet moede; Zij wandlen, en worden niet mat!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijk huisboek · J.J.L. Kate · Poetry Cove