IV.
Het laatste Paaschfeest was nabij: Één week, en - 't Treurspel zou beginnen. Weêr trad de Heer Bethanie binnen, En riep de welbekende rij - Op één na, zielen die Hem minnen - Voor 't laatste zeegnend aan Zijn zij'. Maria! zijn de blijde beten U wrang aan Simons vriendendisch? Wat schaduwbeeld van droefenis Is zwijgend met u aangezeten? Wat staart ge dus uw Heiland aan, Als kost ge op dat verheven wezen Zijn hart, Zijn kamp, Zijn toekomst lezen? En hoe dus haastig opgestaan? - Daar keert ge, en brijzelt onverschrokken 't Albaster, dat uw schat besluit, En stort dien op uws Heeren lokken In volle nardus-golven uit. ‘Vloeit, vloeit nog voort, gij zoete stroomen!’ Zoo fluistert gij, en buigt u neêr: ‘Laaft ook de voeten van mijn Heer!’ Gij hebt ze siddrende opgenomen, Gij kust en zalft ze keer op keer, En wischt ze met de ontvlochten tresse,
Waarin een daauw van tranen drijft, - Tot in uwe oogen, in uw flessche Geen enkle druppel overblijft.... Hoor Judas, den Verrader, smalen: ‘Waartoe is dit verlies geschied?’ Bedroefde, neen! gij hoort het niet. Verlies! och, of ge duizend malen Al wat gij hebt, uw goed, uw bloed, Hém tot een offer kost betalen, Die tot uw uiterst ademhalen Uw liefde is en uw Hoogste Goed! Of gij uw hárte kost verbreken!... Gij doet het. Wèl u, dat gij 't doet! Want balsems zijn uw tranenbeken: Zij geuren Jezus te gemoet. Zoo lieflijk kan geen nardus leeken: Geen myrrhe is als de Liefde zoet! Zie, hoe u 's Heeren blik bejegent! Rijs op, Maria, wees voldaan! Fronst u de Jonger morrende aan, De Meester heeft uw werk gezegend! Uw Heiland heeft uw doel verstaan!
O Vrouw, wie scherpte uw schreiende oogen? Gij zaagt wat geen Joannes zag. Hoe waart gij dus den lijdensdag Op vlugge wiek vooruit gevlogen? De Liefde, die uw ziel doorblaakt, Zij heeft u Profetes gemaakt. Haar - waren reeeds dat hoofd gedoken, Die mond verstomd, dat oog gebroken, Die voeten bloedende en doorstoken,
Dat lichaam aan het kruis gehaakt! Gij woudt den levende niet laven! Gij bracht een doode de uiterste eer: Gij - later mócht ge 't licht niet meer - Gij hebt uw lieven Heer begraven.
Cookies on Poetry Cove