Skip to content
1866

Stichtelijk huisboek

J.J.L. Kate

Een Nieuwjaarshymne.

Eer wij hun naadring ontwaren, Weven de rustloze jaren 't Web onzer jonkheid reeds af; En tusschen tranen en lachjens, Stormen en zomersche dagjens, Wandlen wij voort naar - ons graf!

Bloemen en doornen verflensen; Wisslende droomen en wenschen Zweven op d' adem van 't lot; En onder zoetheên en zorgen Predikt de nacht aan den morgen: ‘Niets is bestendig dan God!’

Boven alle eeuwen verheven, Stort Hij een vonk van Zijn leven D' eindigen boezem ons in; En uit Zijn eeuwige gaven, 't Zij ze kastijden of laven, Ademt Zijn eeuwige Min!

Onder het dorren der blaâren, Onder het bleeken der hairen, Onder het snerpen der smart, Lacht zij zoo zeker ons tegen, Als bij gebloesemden zegen En bij lente van 't hart!

Eere zij God in den Hoogen, Die, van ontferming bewogen, Christus, Zijn Eenige, ons schonk, Die, toen wij redloos vervielen,

't Leven hergaf aan de zielen, Dat in de zonde verzonk!

Eere zij God in den Hoogen, Die, die van ontferming bewogen, Alles ons schenkt met dien Zoon! Voedsel en zielespijs tevens, Kracht bij de worstling des levens, En ná de worstling - een kroon!...

Zalig die Christus vertrouwen! Looft en aanbidt Hem, gij Vrouwen, Midden in blijdschap en rouw! Angstige twijflaars geloofden, Lasteraars bogen de hoofden Op het gebed eener Vrouw!

Marthaas vol ijvrende zorgen, Teedre Mariaas, verborgen Achter de schaaûw van Zijn Woord! Dient Hem! en kiest u dat ééne, Dat, schoon een waereld verdwene, U onontvreembaar behoort!

Looft en aanbidt Hem, gij Moeders! 't Onderpand uwes Behoeders Glimlacht u toe van uw borst: U ook heeft de Engel bejegend, En ook uw naam is: Gezegend’, Sints gij een zuigeling torscht!

Voedt Gij dien op tot Zijne eere! Psalmzingt: ‘Wij dienen den Heere, Ik, en mijn Kind, en mijn Huis!’ Dan, als de stormen ontwaken,

Kunnen zij 't wiegjen niet naken: 't Staat aan den voet van het Kruis!

Looft en aanbidt Hem, gij Wichtjens! Gij, op wier blanke gezichtjens 't Beeld van uw Schepper nog gloort! Al wat gij biddende stamelt, Wordt door Zijn Englen verzameld, Wordt door Zijn liefde verhoord!

Bij het gezicht van uw vrede, Fluistert ons harte de bede: ‘Heer! maak ons hunner gelijk. Want wie als kindren gelooven, Opent Uw trouwe dáár Boven Immers Uw zaligend Rijk?’...

Ja! wat geen ooge ooit bekoorde, Ja! wat geen oore hier hoorde, Ja! wat geen hart heeft vermoed, Dát wordt het erfdeel der Zijnen, Dáár waar de graven verdwijnen, En waar geen zonde meer woedt!

Laat dan de scheemrende jaren Snel als sekonden ontvaren, Eeuwiglijk vast is Gods Woord! En ieder tikjen in d' ader, Voert ons den dageraad nader, Dat ons Zijn Hemel behoort!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijk huisboek · J.J.L. Kate · Poetry Cove