VI. Vrijdagslied.
Wijze: Psalm 65.
O dag des doods, o dag des levens,
Gevreesd en toch begeerd!
Ge ontzet en gij vertroost mij tevens,
Zoo vaak gij wederkeert.
Gij zaagt Gods eigen Zoon gebonden,
Bezwijken in Zijn bloed;
Maar ook, het handschrift mijner zonden
Vernietigd aan Zijn voet!
Zijt Gij, o Heer aan 't kruis geslagen,
Om 't geen ik overtrad?
Hebt Ge, eer mijn oogen 't daglicht zagen,
Mij alzoo lief gehad?
Ontneem dan, daar ik voor U kniele,
Mij dit zelfzuchtig Ik,
En word de liefde mijner ziele,
Tot aan mijn jongsten snik!
Dan licht steeds in den dag van heden
Me een Goede Vrijdag aan,
Die mij met psalmen en gebeden
Ten Kruisberg op doet gaan:
Die mij ziet lijden aan Uw wonden,
En sterven aan Uw dood,
Mij ouden mensch met al mijn zonden
Begravende in zijn schoot!