Hemelvaartshymne.
Gij stijgt van de Aard naar Boven,
Gekroond met eer en majesteit,
En uw verlosten loven,
O Heer! uw macht en heerlijkheid.
Gingt Ge als een lam ter slachting,
Nu rijst Ge als de aadlaar naar omhoog:
In zalige verwachting
Volgt U ons starend oog.
Hier zaagt Ge U doornen strenglen,
En droegt Gij smart en spot:
Ginds huldigen U de Englen
Op d' eigen troon van God!
Met tranen op de wangen
Ziet Ge ons, als Gij, door 't zaadveld gaan;
Gestild wordt ons verlangen:
Straks breekt het feest des oogstes aan!
Als we in uw vrede sterven,
Verlost Ge ons van de laatste pijn:
Ginds zullen volle gerven
Het loon des arbeids zijn!
Schijnt hier Gods weg verborgen,
Gij predikt ons geduld:
Reeds daagt de Groote Morgen,
Die ons Gods raad onthult.
Wij dragen onze vroomen
In heilgen weemoed uit naar 't graf,
En minder brandend stroomen
De tranen op hun lijkzerk af.
Gij toogt ten Hemel henen,
En de Uwen komen waar Gij zijt!
Het scheiden wordt hereenen,
De zege volgt den strijd.
Doe Uwen geest ons erven!
Sterk ons, waar 't kruis bezwaart!
En maak ons 't uur van sterven
Het uur der Hemelvaart!