Skip to content
1866

Stichtelijk huisboek

J.J.L. Kate

IV.

Zoo is 't. - Ook hier heeft God de Heere De wondren van Zijn geest getoond, Die 't zwakke met genade kroont En omschept in een vat der eere. O, vraagt het aan dien legertros Van englen, Mahanaïm Gods, Getrouwe wachters van ons leven, Hoe hij van zijn bezoedeld kleed Den smet der jeugd heeft afgewreven En - leert wat hartsvernieuwing heet! Ja, 't waren bange boetejaren, Dat vijftal na zijn laffe vlucht! Toch heeft hij niet vergeefs gezucht: Zijn kreeten zijn tot God gevaren,

Zijn tranen droegen heerlijk vrucht! Zijn val was hem de groote schrede, Die naar des Vaders armen leidt: Zoo werd zijn trots - oodmoedigheid, Zijn pijnlijke onrust - hemelvrede. De stormnacht baarde een schooner dag, Die met een Godgeheiligd blaken Het zielsverlangen deed ontwaken, Om 't strijdperk, dat zijn neêrlaag zag, Tooneel van zijn triomf te maken. Hij greep op nieuw den wandelstaf, Bewust, dat nu de Heer dien gaf. Sints heeft hij, droef doch altijd blijde, En tegen elke proef bestand, Getoond Wien hij zijn ziele wijdde. Hij heeft gezwoegd aan Petrus' zijde, Gekampt aan Paulus regterhand; Hij heeft de wonden zijns Messias Als hij gedragen in zijn leên; Hij leidde, als 't hachlijk uur verscheen, - Eliza van die twee Eliaas! - Hen naar de doodsjordane heen; En 't was als mocht hij bij hun sterven Een dubbel deel huns geestes erven! Hoe blonk de Godsvlam die hun dreef En met de Apostelkrans omstraalde, In 't Evangelie dat hij schreef En Romens pleinen door herhaalde! Hoe vloog hij, als de Heer hem riep Naar Aquileia weg te reizen, Waar hij de drijvende paleizen In vaste templen Gods herschiep!

Wel mocht Venedig haar banieren En standerts met den leeuw versieren, 't Beeld haars Vernieuwers en Patroons: Want als een leeuw heeft hij gestreden Voor de eer des onvolprezen Zoons! Hij heeft de vijf Cyreensche steden Vernederd aan den voet Zijns troons; Hij heeft in worstlende gebeden, Bekeering preêkende en genâ, O ongastvrij Marmorica! Zoo lang uw heuvlen plat getreden, Tot gij den heuvel Golgotha 't Altaar uws Heilands hebt beleden! - En met die kransen niet tevreden, Heeft hij de kruisbelijdenis Gelijk een krijgskreet door de wallen Der woelige Metropolis, Egyptens Romen, doen weêrschallen; En honderde, op zijn hemelstem, Zijn boetende in het stof gevallen Voor 't Kindeken van Bethlehem! Zóó heeft hij angsten en gevaren, De schande en duizend doôn getart, Den satan aangetast in 't hart, En veel geleefd in weinig jaren. - 't Was nu of 't onweêr zou bedaren; En onophoudelijk wies 't getal Der hem verknochte Christenscharen.... Tot plotsling, als een donderknal, Dit oproer neêrplofte op de altaren, Dat hem - tot Martlaar aadlen zal!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Stichtelijk huisboek · J.J.L. Kate · Poetry Cove