Bladzijde 100, regel 18.
‘De Ontdekkings-wimpel rijze in top Tot tusschen 't ijs der polen!’
‘Het is meer dan drie honderd jaren geleden, dat het denkbeeld van een Noordwestelijke doortocht naar de Oost-Indiën werd bekend gemaakt aan Engelands koning Hendrik VIII, schandelijker nagedachtenis, die zóózeer vervuld was met plannen ter voldoening aan zijn booze hartstochten, dat hij weinig tijds kon besteden aan nuttige ondernemingen. Maar wat een onwaardig Koning verzuimde, werd - hoezeer dan zonder gunstigen uitslag - in bijzondere ondernemingen beproefd door een lange reeks groote zeevaarders, wier namen glansrijk schitterden onder dien van Brittannia's voortreffelijke zeelieden. Het was niet voor 1807 dat de zaak door de Britsche regeering ter harte genomen werd. Twee schepen werden uitgezonden onder kapitein Philip. Zijn doel was niets minder dan om de pool te bereiken en voorbij te varen, en terug te keeren langs den Zuider poolweg. Hij werd tegengehouden door het ijs, alvorens hij 81 graden Noorderbreedte bereikte, en was genoodzaakt terug te keeren. ‘Elf jaren later werd deze zaak in Engeland bij vernieuwing op touw gezet. Kapitein Ross zeilde uit, het bevel voerende over een onderzoekingstocht naar de Noordpool. Deze expeditie keerde terug zonder iets te hebben verricht. Talrijke tochten volgden haar, waaraan sir John Franklin deel nam, terwijl hij bij drie derzelve het bevel voerde. Twee dezer tochten waren landreizen, waarbij veel werd geleden. De merkwaardigste evenwel dezer tochten, met betrekking tot haren duur, was die van den veteraan Ross, die meer dan vier jaren duurde (1829-1833), en voor wier behoud indertijd een groote vreeze gekoesterd werd. Deze moedige oude zeeman droeg de eer weg van aan de Noordpool Engelands vlag te planten. De altijd gedenkwaardige tocht van sir John Franklin ligt nog versch in onze herinnering. Zijn laatste brief teekende van 12 Juli 1845. Onder degenen, die uitgingen ter nasporing van den vermisten held behoorde ook kapitein Inghefield, die in 1852 met het schoenerschip Isabel uit Engeland vertrok en hoog in het Noorden doordrong. Hij vond inboorlingen van een krachtige gezondheid, met overvloed van dierlijk voedsel, en koestert, even als kapitein Perry, de vaste overtuiging, dat de theorie omtrent het bestaan eener groote poolkom of opene zee in het uiterste Noorden, allezins juist is.’ - Quarterly Review, 1858.
Cookies on Poetry Cove