Bladzijde 35, regel 9.
‘'t Was de kreet der Natuur, die op 't bloedige veld,
Van het tastbaarste donker omgeven,
Eens tot Jupiter klom uit de ziel van den Held:
“Geef ons Licht! laat bij 't Daglicht ons sneven!”’
Een tastbare duisternis had eensklaps het leger der Grieken bedekt, en belette' hen te strijden. Toen riep Ajax uit, niet wetende wat te beginnen:
‘O Vader Zeus! verdrijf den nacht die ons bedekt,
En dan - verkiest gij 't - doe bij 's Hemels licht ons sneven!’
- Ilias, XVII, vs. 645.
‘De stoute bede van Ajax, by Homerus, altijd zoo verheven gerekend... Hy wil noch tegen Jupiter vechten, noch omkomen, noch
zegt dit om hem te tergen: het: “Vader Zeus!” alleen toont reeds het tegendeel. Maar hy wil Licht, hy vraagt Licht, niets anders: maar hy vraagt het met ijver en drift, al moet hy dan ook omkomen.’ - Bilderdijk, Taal- en Dichtk. Verscheid. D. II.
- Zie ook Boileau, in zijn Traité du sublime, Chap. VII, die, de opvatting van Longinus volgende, van die van Bilderdijk eenigzins verschilt.