Skip to content
1869

De planeeten

J.J.L. Kate

Bladzijde 107, regel 1.

‘Dat is de Moederzon! - maar zóó nabij, Als geen der waerelden haar ooit ontwaarde.’

‘Wanneer men zich herinnert, hoeveel sedert de vroegste tijden de Egyptenaren zich met Merkurius (Set Horus) en de Indianen zich met hunnen Budha hebben bezig gehouden, hoe in West-Arabië de sterrendienst uitsluitend op Merkurius gericht was; hoe reeds de Oude Chaldeërs vele waarnemingen omtrent deze planeet hebben gedaan, dan moet men zich zekerlijk verwonderen, wanneer Copernicus, die zijn zeventigste jaar bereikt had, zich op zijn sterfbed beklaagde, hoeveel moeite hij er ook voor gedaan had, Merkurius nooit gezien te hebben. En toch bestempelden de Grieken met recht deze planeet, wegends haar somwijlen zeer sterk licht, met den naam van ‘de sterkvonkelende.’ ‘De Planeet Merkurius is op haar gemiddelden afstand weinig meer dan 8 millioenen geographische mijlen van de Zon verwijderd.’ - A. von Humboldt, Kosmos, III. ‘Door Merkurius' geringen afstand van de Zon, vertoont deze zich aldaar zes maal grooter dan aan ons: derhalven moet zij daar een verblindend licht en een onuitstaanbare hette verspreiden, waardoor deze planeet voor den mensch als onbewoonbaar te beschouwen is.’ - Dr. Ebrard, Nat. Hist. Briefe.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De planeeten · J.J.L. Kate · Poetry Cove