Bladzijde 172, regel 9.
‘Voor hun fetisch, menschenlijken
wiegende op zijn reuzenboom.’
‘Wy wijzen haar op den beruchten fetisch-boom aan Afrika's westkust, waaronder de bekende reiziger John Lander van afgrijzen in zwijm viel als hy hem zag, de ontzachelijke takken letterlijk overdekt met menschenlijken, en den majestueusen stam van onregelmatige stapels menschenschedels omringd, die men sedert verscheidene jaren zich liet ophoopen. Gieren, zich vergaderend waar het aas is, wemelende om zijn kruin. - Dr. N. Beets, Des Christens schuld aan den Heiden.