Bladzijde 172, regel 4.
‘Knielend voor het ‘Wandlend Blad.’
‘De Hottentotten vereeren een sprinkhaan, het “wandelende
blad” geheeten. 't Is een klein insekt, niet grooter dan de vinger van een kind. Komt dit diertjen in een dorp, dan verzamelen zich de bewoners zingend en dansend daarom heen, vallen er voor op de kniën en bidden: “Geef ons voêr voor ons vee, en melk voor ons zelven!” Menigmaal brengen zij hem ook offeranden. Springt hij bij geval op een Hottentot, dan wordt deze heilig verklaard en als een lieveling der Goden vereerd.’ - G. Leonhardi, Nacht und Morgen der Ev. Heidenmission.