Bladzijde 98, regel 16.
‘Eerst in den eigen, engen kring Waar u de Alwijsheid plaatste, Straks door heel 's Waerelds ommering.’
De vrede in de Waereld moet beginnen met vrede in de Huizen, de vrede in het Huis met vrede in het Hart. Men trekt de stralen niet uit den cirkelomtrek naar het middenpunt, maar uit het middenpunt naar den omtrek. Het Algemeene begint altijd met het Bijzondere. Hebben wij vrede met den Vader, dan hebben wij vrede met hen die Zijne kinderen zijn. Dan leggen wij de booze driften af van haat en wraakgierigheid, en geven den toorn geen plaats. Dan verachten wij de armen niet om hetgeen zij minder, noch benijden de rijken om hetgeen zij meer bezitten of genieten dan wij, want wij eerbiedigen Gods Voorzienigheid in hen, ‘die beide heeft gemaakt.’ Dan onderdrukken wij de onreine begeerlijkheid, die de hand uitsteekt naar des broeders goed of bloed, of echtelijk geluk, of eer, of goeden naam. Dan zijn wij den Machten, die over ons gesteld zijn, onderdanig, en eten in stilte ons brood in het goede land dat God ons heeft aangewezen. Dan gevoelen wij, dat wij jegens dal Aardsche Vaderland plichten hebben te vervullen, waarvan ons de hoop op een Hemelsch Vaderland niet ontslaat; en dan toonen wij het te beseffen, dat hij geen eervol burger van het Godsrijk worden kan, die het versmaadt een eerlijk burger te zijn van het Rijk van zijn wettigen Koning. Met één woord, dan trachten wij de belofte te verkrijgen van Hem die liefhad wie Hem haatten: Zalig de vredemakers, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. Hoe meer de Liefde heerscht, des te meer ook zal het levend gevoel van Recht en Billijkheid zich verspreiden, dat door haar gevoed en verfijnd wordt. Hoe meer de Liefde de harten doordringt en reinigt van de Zelfzucht, des te minder zullen de Koningen grijpen naar het onrechtvaardig goud, en te minder ook de Volken naar het onbarmhartig staal. Geweld en Dwang worden in dezelfde mate overtollig, waarin Vrede en Gerechtigheid door de Liefde regeeren. De Vrede, daar Binnen geboren, moet zich openbaren naar Buiten, de Huisgezinnen en zóó de Staten doordringen en vereenigen, tot het voor goed en overal Vrede is.
Cookies on Poetry Cove