Het lied der planeeten.
Choor.
I Zang. U een Jubelgeschal, Die 't ontzachlijk Heelal Met een wijsheid regeert, Die van wanklen niet weet; Die Uw levendig kleed In 't oneindig' schakeert,
Alle heemlen doorstraalt En met wondren bestrooit, Maar ten tweedenmaal nooit Één gedachte herhaalt! Al Uw werk, ieder deel, Heeft zijn recht van bestaan, En het sluit in 't Geheel Als een schakel zich aan. Wat er komt, wat er gaat, Heeft zijn cijfer en maat; Zij het klein, zij het groot, Stof of Geest, Goed of Kwaad, Zij het Leven of Dood, - Aller Éénheid zijt Gij, En uw naam - Harmony!
I Tegenzang. Eer op 't blauwende spoor De eerste morgenstar dreef,
Eer, de oneindigheid door, God een cirkel beschreef, Stond de Wijsheid omhoog Reeds gezalfd voor Gods oog! Toen de bloeiende hof Aller zonnen ontlook, Was de Wijsheid er ook; En zij stemde Gods lof, En zij wandelde er om, Zijn vermaking en trots, Lieflijk spelende alom Door de Scheppingen Gods!
II Zang Heeft de vlam, die daar snort En ten hemel zich spoedt, Iets gemeen met den vloed, Die in d' afgrond zich stort? Toch, één wet der natuur,
Regelt Water en Vuur! Die de bergen omwolkt, Bootst elk korrelken zand; Die den dierenriem spant, Heeft den droppel bevolkt! Al wat is, naar zijn aart, Op zijn plaats, in zijn sfeer, Maar in 't Godsplan gepaard, Geev' d' Oneindige de eer!
II Tegenzang. Gist het spraaklooze volk, Dat daar zwemt door zijn kolk, Hoe de vogel in 't ruim Zingt en drijft op zijn pluim? In het land zonder zon Stroomt uit ándere bron Levenslicht, levensgloed,
Door den Mensch nooit vermoed. Waar de Mensch, ver' van de Aard', Slechts een reiswoestijn ziet, Bloeit voor àndren een gaard, Waar men rust en geniet! Waar de Mensch van den storm De vernietiging vreest, Geeft de Almachtige Geest Aan een waereld haar vorm! Die hèm hette is en hel, Straalt verkwikking en kracht Voor een ànder geslacht; Die hij sprakeloos dacht, Heeft haar stemme toch wel, Maar door ander orgaan Dan zijn hooren verstaan!... Wat omhoog of beneên Ooit van God wordt gekend, Kent elk schepsel alleen In zijns-zelfs element.
Slotzang. U een jubelgeschal, Wet en Ziel van 't Heelal, In uw duizendvoud Rijk Steeds U-zelven gelijk! Allen waerelden saam', In heur roeping en lot, Zijt Gij 't Ééne in het Al, o onwraakbare God! Harmony, Harmony is Uw naam!
Cookies on Poetry Cove