Skip to content
1869

De planeeten

J.J.L. Kate

Bladzijde 44, regel 8.

‘Daar treedt reeds de zon door de nevelgordijnen.’

‘Op Saturnus vertoont zich de Zon aan het oog 10 maal kleiner in doorsnede dan wij haar op Aarde aanschouwen, en verspreidt er een 90 maal zwakker licht, dan bij ons. Natuurlijk staat de warmte die zij er opwekt, daarmede in gelijke evenredigheid, zoodat wij mogen besluiten, dat op Saturnus, zelfs in den zomer, een gevoelige koude heerscht. Tengevolge van de grootere helling (nagenoeg 30 graden) van Saturnus as op zijn loopbaan, zijn op deze planeet de jaargetijden en klimaten iets gelijkmatiger verdeeld dan op Uranus. Evenwel de beide gematigde luchtstreken hebben er te samen slechts een uitgebreidheid van 60 graden, waaruit volgt dat de heete en de beide koude saamgenomen, zich over een oppervlakte van 120 graden uitstrekken. De gematigde luchtstreken op Saturnus omvatten dus niet meer dan een derde van zijn om vang, terwijl zij op de Aarde er de helft van uitmaken. - Dr. Ebrard, Nat. Hist. Briefe.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De planeeten · J.J.L. Kate · Poetry Cove