Skip to content
1869

De planeeten

J.J.L. Kate

Rei van engelen.

I Zang. Eere zij God In de hoogste heemlen!

Laat ons Englen de Aarde omringen Met een vrolijk lofgeschal! Laat ons Bethlems Beurtzang zingen Hem die is en wezen zal! Vóór den aanvang aller dingen Was Hij 't Eene en Eeuwig Al.

I Tegenzang. Maar Hij wilde en - Levensstroomen, Duizenden tienduizend maal,

Uit Zijn volheid voortgekomen, Vormden naar Zijn ideaal Zonnestelsels, als atomen Dansende in Zijn Almachts-straal.

Eere zij God! Eere zij God! Eere zij God in de hoogste heemlen!

II Zang. Hoor die ééne Jonge, kleene, Liefelijke Waereldsfeer, Bij 't ontmoeten God begroeten Met een: ‘Zie Uw dienstmaagd. Heer!’

Dag der dagen, Toen wij 't zagen, Hoe zij, uit heur waterbad

Opgestegen, 's Heeren zegen Als een kroon op 't voorhoofd had!

II Tegenzang. Dat is de Aarde! Wondergaarde, 's Hemels groene wederhelft, Land der Lente, Met een tente Van albaster overwelfd!

In haar voren - Goudgeel koren; Op haar bergen - woudenpracht; In haar dalen - Nachtegalen; Op haar troon - een Godsgeslacht!

Vrede op Aarde! In de Menschen welbehagen!

III Zang. De Mensch overtreder! de Koning gevallen! De slang in zijn hof, en de dood in zijn hart! Toen haperde ons Hallel, toen rouwden wij allen: De Hemel, voor 't èèrst, kende een zweemsel van smart. ‘Wie redt hem?’ vroeg God. Maar de moed was gebroken; En: ‘Wie?’ klonk het klagend de Oneindigheid door. Maar plotsling, daar donderde een jubelend choor, Want: ‘Ik!’ had de Liefde gesproken.

III Tegenzang. Hij kwam op Aard, de lang-beloofde, Gods sterke held, den Mensch gelijk, Heroovrend wat de zonde roofde, Hernieuwend Gods geschonden Rijk! Wij, juichend hij de krib verschenen, Wij zweefden om den kruispaal henen,

Die 't Godlijk Huisgezin herëent - En konden zaalge geesten weenen, De Hemel had' van vreugd geweend!

Vrede op Aarde! Vrede! Vrede! In de Menschen welbehagen!

Toezang. In de schaûw des Troons geborgen, Waar men eeuwig veilig woont, Wachten wij den Grooten Morgen, Die 't volbrachte werk bekroont. Reeds ontvonken de eerste stralen.... Laatste schemerschijn, Verdwijn! Zal de Nieuwe Hemel dalen, De Aard, vernieuwd, zal 't voetstuk zijn!

Eere zij God In de hoogste heemlen! Vrede op Aarde! In de Menschen welbehagen!

einde van den prologus.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De planeeten · J.J.L. Kate · Poetry Cove