Bladzijde 71, regel 15.
‘Herwaards de stang!’
‘De vereischten van een goeden bliksemafleider zijn de volgende: 1o. de afleider moet boven in ééne of meer punten eindigen, ten einde de elektriciteit uit de lucht gemakkelijk te kunnen inzuigen. 2o. De afleider moet onafgebroken tot in den grond doorloopen: een metalen stang is dus doelmatiger dan een ketting. 3o. De afleider moet dik genoeg zijn, om niet door den bliksem te kunnen worden gesmolten. 4o. De afleider moet eindigen in eenen bodem die geschikt is om de elektriciteit weg te leiden: dus, in een vochtigen grond of in eenen waterput, maar niet in een geheel ingemetselden regenbak, daar deze door den bliksem uit-één kan gescheurd worden. Heeft men geen water en geen vochtigen grond daar waar de bliksemafleider moet opgericht worden, dan laat men de onderste punten van den afleider in goed uitgegloeide houtskool eindigen. Opdat de langs den afleider uitstroomende elektriciteit zich altijd zeker in den grond ontlade, is het goed den afleider in meer dan één punt te laten uitloopen. Deze punten zijn meestal ijzeren staven, welke even als de uitgebreide vingeren eener hand aan de hoofdstaaf verbonden zijn. - Bevinden zich boven op en aan het gebouw metaalmassa's, zooals metalen daken, looden goten, enz., dan moeten deze met den afleider in verband gebracht worden. Men moet ook zorg dragen in de nabijheid van den afleider geen andere metaalmassa te plaatsen, welke den bliksem nog beter dan de afleider-zelf zou kunnen geleiden, omdat de bliksem alsdan zou kunnen overspringen en bij dat overspringen schade veroorzaken.’ - W. Wenckebach, Natuurk. Leercursus.
Cookies on Poetry Cove