Bladzijde 44, regel 15.
‘'t Zijn bergen van lucht, grauwe spooksels, niets meer!’
‘Bij de zoo buitengewoon geringe en naar de oppervlakte afnemende dichtheid van Saturnus (veellicht nauwlijks 3/5 van de dicht-heid des waters) is het moeielijk zich een voorstelling te maken van den toestand ten aanzien der bestanddeelen of van de stoffelijke geaartheid des planeetenlichaams, of zelfs te beslissen of deze geaartheid werkelijk vloeibaarheid, d.i. beweegbaarheid der kleinste deelen, of wel vastheid veronderstelt. De sterrenkundige, die de tocht van Krusenstern vergezelde, Horner, wil dat de bergen van Saturnus uit dampmassa's en dampblaasjens bestaan.’ - Von Humboldt, Kosmos, III.