Skip to content
1869

De planeeten

J.J.L. Kate

Bladzijde 93, regel 15.

‘Wanneer bij 't rijzen Der Vrede-zon, Wordt gij vernageld, Gij, laatst kanon?’

Wie ooit in Brussel het Museum-Wiertz heeft gezien, herinnert zich de schoone voorstelling van den genialen Kunstschilder. Een stralende Engelengestalte daalt uit den hemel op de aarde neder, die nog bedekt is met al de gruwelen van den Krijg. Al de zegeningen des Vredes volgen haar op den voet, hier met den olijftak, ginds met den sikkel, elders met de schalmen van een verbroken keten. En op haar triomftocht ontmoet die Gezante des Hemels al de bloedige wapenen, die een verjaarde barbaarschheid zoolang voor recht en reden gelden liet. Een kanon, dreigend op zijn affuit gericht, belemmert haar voortgang. Daar grijpt zij het metalen werk-tuig des doods in de beide handen, en breekt het als een stroohalm door midden. Dat is het laatste kanon.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De planeeten · J.J.L. Kate · Poetry Cove