Bladzijde 43, regel 8.
‘Een schaduw slechts wisslend, tot eenigsten groet!’
‘De ringen zijn, evenals de Saturnus-kogel, op zich zelf donkere en door de zon verlichte lichamen. Men ziel op hen de schaduw van Saturnus, even als hunne schaduw op het middenlichaam.’ - Böhner, Kosmos, II.