Skip to content
1869

De planeeten

J.J.L. Kate

Bladzijde 48, regel 9.

‘Zoo hier de Menschheid leven moest, het leven werd haar sterven.’

‘Des winters werpt de ring, in plaats van Saturnus te verlichten, op die zijde der planeet die alsdan van de zon afgewend is, een schaduw, die, vijftien jaren achtereen, zich over een oppervlakte van eenige millioenen vierkante mijlen verspreidt. Welk een verschrikkelijke duisternis en welk een strenge koude moet dit niet veroorzaken! Hierdoor nu wordt de gematigde luchtgesteldheid aldaar geheel vernietigd, en om die reden is het niet te denken, dat er op Saturnus, even als op Uranus, een blijvende plantengroei en geregelde landbouw mogelijk is. En wat de bewoners betreft - zoo die er zijn - dezen zouden, om te kunnen blijven bestaan, telken halven Saturnus-jare, d.i. alle 15 aardjaren, hunne woonplaatsen verlaten en naar de tegenovergestelde helft van den bol verhuizen moeten. - Doch uithoofde der menigte wolken en dampen, waarin Saturnus aanhoudend gehuld is, acht men het niet onwaarschijnlijk, dat deze bol uit een halfvloeibare massa bestaat.’ - Dr. Ebrard, Nat. Hist. Briefe.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De planeeten · J.J.L. Kate · Poetry Cove