Skip to content
1836

Gedichten en rijmen

J.J.A. Goeverneur

IV.

Thans hebt ge 't fiere hoofd op nieuw omhoog geheven. Den trotschen adelaar gelijk, Herneemt ge uw stoute vlugt, om boven de aard te zweven, En praalt nu in uw luchtig rijk. Thans is Napoleon niet meer de dief der kroonen, De beul, die volk'ren heeft gemoord, En, onder 't purperdek van de overheerde troonen, U, arme Vrijheid! heeft versmoord; De grijze tuchthuisboef, door 't Heilig Bond der Vorsten Aan Sint Helenes rots gesmeed, Wiens schouders Frankrijks beeld, gelijk een dwangjuk, torschten, Tot hem die last bezwijken deed;

Neen, neen, thans mag geen blaam den roem des Keizers smetten, Thans, - dank den zangerigen toon Der dichters, dank 't gevlei in oden en sonnetten - Thans zetelt Caesar bij de Goôn. Zijn beeldt'nis moet op nieuw aan alle wanden prijken, Zijn groote naam weêrgalmt alom, Als eens, op 't oorlogsveld en onder puin en lijken, Bij 't dav'rend roeren van de trom. Parijs, om 't rimp'lig hoofd voor hem in 't stof te woelen, Grijpt dag aan dag den beêvaarts staf, En daalt van 't zold'ring-dak, waar hare kind'ren joelen, Als pelgrim naar haar' Heilig, af. Dáár, de armen overlast met palm - en lauwerbladen, Verspilt zij aan dat brons haar groet, Welks aanblik 't moederoog in bitt're tranen baden, Het moederharte krimpen doet; En galmt, in dollen roes de zuil met groen omkransend, Bij 't schettrend spel van veêl en fluit Met onvermoeiden voet de carmagnole dansend, Den roem des GROOTEN KEIZERS uit.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gedichten en rijmen · J.J.A. Goeverneur · Poetry Cove