4. Drie en een is vier.IV.
klaartje.
Laat ons eens beproeven, Jan,
Wie het hoogste gooien kan.
'k Heb vier nieuwe dobbelsteenen.
'k Zal de helft er u van leenen,
Dan heeft ieder twee, niet waar?
Jan.
Juist, begin het spel dan maar,
klaartje.
Ik gooi drie en een, dat 's vier.
jan.
En ik even veel, kijk hier.