40. Vier maal tien is veertig.XL.
't Spijt me waarlijk, beste Jan,
Dat een knaap van uwe jaren
Niet tot veertig tellen kan.
Kom, ik zal 't u eens verklaren:
Hier ziet gij tien stoelen staan.
Wil die nu eens gadeslaan
En ook op de pooten letten
Waarop men een stoel moet zetten.
Twintig hier en twintig daar
Maken veertig met elkaar.