2. Een en een is twee.II
keetje.
Hoe veel vogels ziet ge daar,
Die zoo blij hun liedje zingen.
En zoo vroolijk in dien boom
Op de dunne takjes springen?
marie.
Zou ik dat niet weten, Kee?
Eén en één is immers twee;
Twee noemt men ook wel een paar,
En nu is mijn som al klaar.