9. Acht en een is negen.IX.
Negen knapen, zoo ge ziet,
Vreezen voor de koude niet.
Dries, de vlugste van de baan,
Rijdt voorop, gevolgd door Daan.
Kees en Willem zijn gepaard;
Jan rijdt netjes en bedaard;
Klaas rijdt stijf, maar Hein en Tijs
Maken kunstjes op het ijs,
Dirk valt door een barst ter neer,
En doet hoofd en handen zeer:
In de verte ziet ge Piet,
Hij verstaat de kunst nog niet.