80. Acht maal tien is tachtig.LXXX.
Jan, een beste, vlugge jongen,
Bijna zestig maanden oud,
Werd door zijne brave ouders
Aan een meester brave ouders
Aan een meester toevertrouwd.
Zie hem zitten, hoe aandachtig
Luistert hij naar 't onderricht,
En, hoe jong ook, toch volbrengt hij
Reeds volijverig zijn plicht.
Van de tachtig kindren, die men
In de school aanwezig ziet,
Zit de kleine Jan wel 't laagste,
Mar is toch de domste niet.
Ja, ik durf er wel om wedden,
Dat, eer 't volgend jaar zich sluit,
Jan reeds in de eerste rij zit,
Juist tien plaatsen meer vooruit.