100. Tien maal tien is honderd.C.
1000. Tien maal honderd is duizend.M.
hendrik.
Hè, Papa, had ik dat geld,
Dat gij daar hebt afgeteld!
O, hoe rijk zou ik dan wezen,
Armoe had 'k dan nooit te vreezen.
de vader.
Hendrik, ge oordeelt naar den schijn;
Duizend gulden uit te geven,
Enkel tot behoud van 't leven,
Kan slechts voor een maand zes, zeven,
Voor een mensch toereikend zijn; -
Leer dus om bij alle zaken
Eerst berekening te maken;
Dan misleidt ge u zelven niet,
En bespaart u veel verdriet.
Lith v. Emrik & Binger.