1. Een.I.
de bedelaar.
'k Bid om een aalmoes, jonge heer!
Eén centje maar, ik vraag niet meer.
dirk.
Ik heb hier juist twee halfjes, man,
Op heden kan ik niet meer geven;
Maar geven andren ook zoo veel,
Dan krijgt ge toch 't bescheiden deel,
Om heden van te kunnen leven.