Ronde.
1
Zou ik niet mogen ingaen? ingaen?
Rosa-bloemen op mijnen hoed:
Waren wy, waren wy al zoo zoet!
Rosa-bloemen op mijnen hoed,
Rosa mijn alderzoet.
2
Zou ik niet mogen kiezen? kiezen?
Rosa-bloemen, enz.
3
Zou ik niet mogen kussen? kussen?
Rosa-bloemen, enz.
4
Zou ik niet mogen wafels bakken? wafels bakken?
Rosa-bloemen, enz.
5
Zou ik niet mogen uutgaen? uutgaen?
Rosa-bloemen, enz.]