Skip to content
1663

Parnassus aan 't IJ

Jan Zoet

Antwoord.

GOD heeft den man ('t is waar) een Voor-reght toe-geschreven,Gen. 3.16. 1 Cor. 14.34. Ephes. 5.22. 1 Tim. 2.11, 12, 13. Tit. 2.5. Dit 's blijkkelijck in 't Oud' en Nieuwe Testament. Dogh! 't word inzonderheyd de Vrouwe ingeprent, Op datze willig buygh, Ja! zonder tegen-streeven. Maar als een Godd'looz Wijf, het Vrouw'lijk Jok, verbreekt, Zoo dat de gramschap 't bloed in d'aaderen doedt kooken, En dat zy onbesuyst het tooren-vuur doedt rooken. Ja! grouw'lijck tierd, en raast, en laster-woorden spreekt. Wat staat een Man te doen? mijn Muza zeyd u ditte: Sy zondigt voor haar Man, dogh meest voor't Eenigst' Een; Die 't eenmaal straffen zal, niet door de Man, ô neen!Rom. 12.19. Een Man die mag zijn Reght niet met geweld Bezitte.

Indien men met geweld, met slaan, of and're plaagen, Sijn Vrouw' nogh dwingen kan tot onderdaanigheyd, Zoo waar de zaak nogh iet; maar neen! ons' Spreek-woord zeyd: 't Bejaarde Vrouwe-vleys dat wil niet zijn geslaagen. Indien u yver-drift zoo heftigh reed te Paard, En datje van dat kruyd een proefje qwaamt te smaaken, Sy vloog u inden baard, en krabde beyd' uw kaaken. Ziet daar! u aghtbaarheyd wierd niet een oortje waard: Want dan zoo zietmen eerst het onderst' boven spitten. Dan braakt den af-grond uyt, een Poel van Raazerny. Wel-aan dan Christ'lijk-man, kom overleght dit vry: Een Man die magh sijn Reght niet met geweld Bezitten.

Wat raad dan dat het Reght geen Schip-breuk komt te lijden, Wanneer zulk een Orkaan van Storrem-winden waeyt? Ick oordeel dit voor best: als 't u dus teegen-draayd, Zoo bind een Reefje in, en gaat dan wat ter zijden. Niet als' een Laf-hart doet; maar! als een wijs'lijk Man; Laat zoo haar hittig-bloed een weynig needer-zinken, En spreekt haar dan eens aan. dog! wil zy 't grondt-zop drinken Van 't naa-gebleeven qwaad; wel aan! zoo dreygt haar dan, Schoon ofje 't geenzins meend; toond zoo de geest van 't willen,Luc. 9.55. En onbevlekte Lam, wiens beeld'nis dat ghy draagt, Dat 's Liefd', en vriend'lijckheyd; dus (schoon 't u niet behaagt,) Een Man die magh sijn Reght niet met geweld Bezitten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.